steun & weerstand

De begrippen ‘steun’ en ‘weerstand’ zijn veel actieve beleggers met aandacht voor grafieken welbekend. Maar hoe ontstaat steun en weerstand? De achterliggende oorzaak is emotie. En die emotie wordt niet gedreven door (fundamentele) oorzaken of argumenten, maar wat beleggers/traders in hun hersenen opslaan. Wat is mijn aankoopkoers en wat is het nu waard?

Er zijn drie type markpartijen op de beurzen actief onder te verdelen in ‘long’, ‘short’ en ‘uncommitted’.

‘Long’ koopt stukken en hoopt/verwacht deze op hogere niveaus met winst te verkopen. Short’ verkoopt stukken en hoopt/verwacht deze positie glad te strijken door een aankoop op lagere niveaus. En de ‘uncommitted’ hebben geen posities en kunnen opgesplitst worden in twee typen: enerzijds is er degene die nooit een positie gehad maar die wel een positie wel innemen en anderzijds is er degene die ooit een positie had, maar deze nu niet meer heeft. Feitelijk zijn er vier verschillende invalshoeken.

Indien een ‘long’-positie is ingenomen op $ 45,50 dan bieden koersstijging kansen om met winst te verkopen. Maar wat nu als de positie omslaat in een verlies? Dan is de kans groot dat de ‘long’-positie na een herstel naar de aankoopkoers wordt gesloten. Degenen die voor een bodem zorgden op $ 45,50 (waardoor de koers kon opveren) zijn nu verantwoordelijk voor aanbod rond $ 45,50. De voormalige steun is de nieuwe weerstand geworden.

Degenen die ‘short’-posities hebben ingenomen en hun gelijk zien bevestigd via lagere koersniveaus kunnen in de verleiding komen om aanvullende ‘short’-posities in te nemen, omdat hun visie op een verwachte daling juist blijkt. Verwacht uit deze hoek dus ook terugkerend/aanzwellend aanbod.

Degenen die een zijlijn-positie hebben zien aan de hand van het marktgedrag wat zij wel of juist niet moeten doen en relateren dit aan begrippen als ‘goedkoop’ (= bodemprijs) of ‘duur’ (= top). De long- en short-marktparticipanten hebben $ 45,50 in het geheugen verankerd.

In de olieprijs (West Texas Intermediate Light Sweet Crude Oil future, zie grafiek onder) lijkt $ 45,50 het nieuwe draaipunt omlaag te worden. Bijkomstig argument is de gele neklijn van een hoofdschoudertop, welke recent neerwaarts is doorbroken. Deze daling onder de neklijn (klik op afbeelding om te vergroten) is feitelijk de nekslag voor de olieprijs. Nu een proces zich aftekent van lagere toppen en lagere bodems in de olieprijs is de trend dalend en zullen steeds meer marktparticipanten zich gedwongen zien om hun hoop op hogere olieprijzen neerwaarts bij te stellen. Hoe lagere de olieprijs wegzakt des te groter de emotionele druk wordt om oplevingen te gebruiken om tot verkoop over te gaan.