Voordenken versus nadenken

Afgelopen weekend werd na het bestuderen van de grafieken besloten dat er een ‘correctie in aantocht’ was. Het blijft evenwel lastig om precies te bepalen op welk moment en vanaf welk koersniveau bewegingen zoals vandaag inzetten. Het is ook een persoonlijke afweging om vooraf een handelsplan te maken die je waarschuwt voor trendomslagen (lees: ‘voordenken’) of besluit een houding aan te nemen van ‘eerst zien, dan geloven’ (lees: pas gaan nadenken als de markt je overvalt).

DE VRAAG: Velen stellen nu de vraag wat de markt(en) in de komende dagen/weken of zelfs maanden/jaren gaan doen.

DE FEITEN: Laten we vaststellen dat op elke actie altijd een reactie volgt. Er is sprake van een cyclus. Wie de cyclus kent, weet wanneer de winter op z’n eind loopt en de lente begint (om maar eens iets te noemen).

HET ANTWOORD: elke cyclus maakt onderdeel uit van een grotere cyclus. Vraagt u zich dan ook af wat uw beleggingshorizon is als u op zoek gaat naar voor u relevante informatie.

Uit het groei- en het vervalproces in de natuur weten we tussen actie en reactie zich gulden snede verhoudingen voordoen. Zo toont de grafiek van de S&P 500 index op maandbasis tussen belangrijke toppen en bodems een Fibonacci-getallenreeks (zie grafiek opgemaakt in januari dit jaar).

Grafiek S&P 500 index op maandbasis vanaf 1999

 

 

 

 

 

In het eerste kwartaal van 2012 ligt er een cluster van Fibonacci-getallen die in verband kunnen worden gebracht met significante draaipunten in het verleden (op maandbasis). Op basis hiervan kan een significante top zijn gezet die mogelijk langere tijd niet meer wordt overtroffen. De recente ‘non-confirmation’ tussen de Dow Jones Industrial Average en Transportation Average wijst ook in die richting. Of kijk nogmaals even naar de meterstanden in de AEX die gisteren in de weekgrafiek werden getoond. Het is een scenario waarover u moet voordenken, voordat u gedwongen wordt om hierover na te gaan denken. Hoe gaat dat in zijn werk?

S&P 500 index op kwartaalbasis vanaf 1979 met RSI (o.b.v. 14 kwartalen)

 

 

 

 

De S&P 500 index beweegt zich na een stijging van 20 jaar (vanaf eind jaren zeventig) al meer dan 10 jaar per saldo zijwaarts. Het sein daartoe werd gegeven in 2001 als gevolg van de daling onder de stijgende steunlijn. Het momentumverlies wordt zichtbaar in een lange termijn verzwakkende relatieve sterkte index (RSI). De koerstop in 2007 (= test van de top uit 2000) leverde een lagere top op in de RSI.

In de grafiek op maandbasis (zie onder) zien we op kleinere schaal een breuk van de stijgende trendlijn (getrokken vanaf de bodem in 2009 en gebroken in juni 2011. De recente test van de top uit 2011 is vergelijkbaar met de hiervoor beschreven test van de top in 2007 op kwartaalbasis. Een ‘fractal’ dus (voor meer informatie over fractals, raadpleeg wikipedia). De 14-maand’s RSI levert een lagere top op.

 

 

 

 

Aanwijzingen voor een scenario van een belangrijke top worden in de grafiek op dagbasis (zie onder) verkregen, zodra de stijgende steunlijn getrokken langs de bodems van oktober en november 2011 neerwaarts wordt doorbroken. Zover is het nog niet. En als het zover is, dan is er een gerede kans dat de S&P 500 index nog een keer opveert voor een hertest van de recente top of alsdan gebroken steunlijn.

 

 

 

 

In het kwantitatieve model van LOEF Technische Analyse worden korte en lange termijn trends onderscheiden met behulp van twee koersgemiddelden (parameters 20 en 120). Een bevestiging van een significante top wordt op z’n vroegst gegeven bij een daling onder het 120-daags simpele gemiddelde (< 1258). Een volstrekt natuurlijke reactie corrigeert ca. 38% van de herstelbeweging (= ca. 1260). Met andere woorden, een daling naar ca. 1260 is heel normaal. Lange termijn beleggers kunnen voorlopig nog bullish blijven.

 

 

 

 

De korte termijn beleggers kunnen/mogen ondertussen de correctie met kopersogen tegemoet treden, immers het 120-daags gemiddelde is stijgend en het 20-daags gemiddelde noteert hierboven. De koopzone ligt tussen beide gemiddelden in. Als de markt sterk genoeg is, dan wordt deze correctie heel snel opgevangen door degenen die de hele rally van de laatste twee maanden hebben gemist. Idealiter blijft de stijgende steunlijn intact, dus er kan eerdaags al een bodem worden gevormd. Een breuk onder 1325 is niet dramatisch en biedt ook koopkansen, echter dan onder toenemende risico’s van een serieuze trendomslag.

Idealiter wordt een bodem in de aandelenmarkt gezet in de tweede helft van maart. Dit valt af te leiden uit de 15-weeks cyclus in de AEX (zie onder).

 

 

 

 

De AEX-index heeft de neklijn gebroken van een korte termijn (H)oofd(S)chouderpatroon. Op basis van de afstand tussen de neklijn (rond 321) en de top (rond 333) kan een neerwaarts koersrisico van 12 indexpunten worden becijferd (= AEX 309). Het 120-daags koersgemiddelde ligt op ruim 304. Wie besluit op 309 in te stappen (als deze gelegenheid zich voordoet), becijfert twee procent foutmarge om te constateren bij een daling onder 304 dat de risico’s van een serieuze trendomslag toenemen. Dit is iets voor offensief ingestelde korte termijn beleggers/speculanten.

AEX vanaf oktober 2011

 

 

 

 

De paarse lijn in de koersgrafiek van de AEX is een op volatility gebaseerde trailing stop loss die vandaag neerwaarts is gebroken. De breuk suggereert dat de correctie serieus genoeg is om op korte termijn nog meer verkoopdruk te verwachten. Deze stop loss kan ook worden toegepast om long posities te sluiten (als u een defensief risicoprofiel heeft).  Heeft u een neutraal risicoprofiel, waardoor u meer risico kunt/mag accepteren, dan kan het 120-daags gemiddelde dienst doen als ‘trailing stop loss’. Dit is geen advies, maar een uitnodiging tot het doen van ‘voordenken’. Vooraf nadenken over een ‘entry’-niveau is belangrijk. Voorafgaand aan de ‘entry’ nadenken al nadenken over bijhorende ‘exit’-strategie is een voorbeeld van ‘voordenken’.

LOEF Technische Analyse probeert het u comfortabel te maken door vooraf te hebben nagedacht over de richting van de trend en de relatieve kracht van de trend (ten opzichte van een benchmark, bijvoorbeeld de AEX-index). Zolang de AEX boven het 120-daags gemiddelde noteert is de hoofdtrend stijgend en zijn momenten van zwakte (lees: koersdalingen onder het 20-daags gemiddelde) een aanbieding vergelijkbaar met een reclamefolder van uw plaatselijke winkelier. U kunt er handig gebruik van maken door verder kritisch te kijken naar de relatieve performance. Immers, u wilt winnaars of elk geval een kans op een winnaar. Hieronder volgen de trendoverzichten. Veel aandelen zakken onder hun 20-daags gemiddelde, terwijl dit gemiddelde boven het 120-daags gemiddelde noteert. De korte termijn trend is dan dalend, terwijl de hoofdtrend stijgend is. Zie de korte termijn bedreiging in dat geval als een tijdelijk fenomeen (totdat het tegendeel wordt aangetoond). Leg voor uzelf een stop loss limiet onder uw aankopen en u kunt rustig(er) slapen.

Aan deze update wordt thans gewerkt….

Trendoverzicht AEX

 

 

 

 

 

 

 

 

Trendoverzicht AMX

 

 

 

 

 

 

 

 

Trendoverzicht ASCX

 

 

 

 

 

 

 

Trendoverzicht BEL20

 

 

 

 

 

 

Trendoverzicht DJ Eurostoxx 50

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trendoverzicht DOW30

Trendoverzicht DJ Stoxx 600 sectoren

 

 

 

 

 

 

Trendoverzicht S&P 500 sectoren

 

 

 

 

WIJZIGINGEN MODELPORTEFEUILLE

De in het rood genoemde waarden/instrumenten worden ivm verkoopsignalen gesloten of zijn door stop loss grenzen gebroken.

 

 

 

 

 

 

Performance overzicht